Werknemers

Zondagmiddag, net gekeken naar WNL op zondag. Ik zit sacherijnig  te mokken op de bank. We kunnen nergens naar toe vanwege de lockdown. Eigenlijk zouden we nu op vakantie zijn gegaan. Lekker naar de sneeuw. Het is nu al weer een jaar geleden dat we op vakantie gingen. Door de coronacrisis hebben we al weken geen visite gehad . Ja m’n schoonmoeder met de kerstdagen.

Best mens hoor, maar je praat met je schoonmoeder niet over de laatste film van Quentin Tarantino.

Even uit het raam kijken. Waait het niet te hard. De komende week wordt het takkeweer. Nou, ik ga toch maar een rondje op de racefiets.

Ik maak mijn gebruikelijk rondje om de Rottemeren en de roeibaan. Er staat meer wind dan dat ik verwacht had. Tegen de wind in trap ik me het apezuur. Ik voel me zielig, wat een klote tijd.

Daar is een bocht, dan moet je sturen.

Oh ja, sturen…. Te laat.

Ik schiet recht door. Door een dikke laag modder wordt mijn vaart gestopt en val ik met fiets en al in de drek. Snel opstaan, heeft niemand het gezien?

Ik spring weer snel op mijn karretje en moet lachen. Lachen om mijzelf.

Lachen om de mensen die gezien hebben dat ik in de modder ben gevallen en waarschijnlijk ook hebben staan lachen.

Lachen omdat het weer, eigenlijk best meevalt.

Lachen omdat ik weet dat mijn vrienden ook zitten te wachten om op visite te kunnen, maar gelukkig heb ik vrienden.

Lachen om mijn schoonmoeder van 89, die Quentin Tarantino niet kent maar mij nog uitdaagt in een gesprek over Hugo de Jonge en dat ze Mark Rutte een fijne vent vindt.

Ik lach om het leven wat helemaal niet zo slecht voor mij is. Maar ik lach ook omdat ik weet dat ik vandaag wel lach, maar dat ik misschien morgen al weer een belachelijke sacherijn kan zijn.

Nu snel mijn rondje afmaken en dan lekker douchen.

Onder de douche denk ik dat het regent; Zonnestralen