Werknemers

Het is een nare droom. Ik sta in de boksring tegenover een beul van een kerel, een soort Mohamed Ali maar dan zonder sympathieke kop.

Zijn naam is Corona Crisis. Eerst dacht ik nog, belachelijk een sporter die reclame maakt voor bier. Het lachen was snel voorbij.

Corona begon met een regen van snelle korte slagen vervolgens beukte hij keihard op m’n kop. Op het moment dat ik dacht knock out te gaan, ging de bel voor het einde van de eerste ronde. In de hoek opgelapt met bemoedigende woorden en een natte spons. Vol bravoure opgestaan met de gedachte, ik ben niet knock out gegaan dus ga ik nu winnen.

Maar wat gebeurt er nu? Dat is gemeen. Er staan opeens twee tegenstanders in de ring. Op hun dikke buik staan de namen: Corona Crisis en Economische Cisis. Waar is de scheidsrechter? Dit kan toch niet, dit is verboden.

In de hoek staat de verzorger. Hij roept en gilt, moedigt me aan. Hier een extra natte spons, het helpt niet maar het verzacht de pijn.

Maar ik heb een plan: als ik 1 ½ meter afstand houd kan meneer Corona mij nooit raken en als ik maar blijf bewegen en blijf aanvallen kan ik meneer economische Crisis misschien wel aan.

De wedstrijd gaat maar door. Ik kijk om me heen en ik zie duizenden boksringen met daarin overal het hetzelfde gevecht. Ik hoor scheidsrechters aftellen, 1,2,3,4,5……veel boksers staan niet op voor de tiende tel. Tijd om verder te kijken krijg ik niet, de twee rotzakken proberen me aan alle kanten te raken.

Van mijn helper in de hoek krijg ik een pilletje, now staat er op in kleine letters. Doping?

Met een linkse en een rechtse gevolgd door een uppercut sla ik Economische Crisis tegen het canvas. Nu in beweging blijven. Ik houd 1 ½ meter afstand van Crona Crisis. Ik  kan op deze manier niet winnen maar hij zeker ook niet. Nu kijken wie het langste vol houd.