Werknemers

Een koe heeft er drie keer voor moeten bukken

Als leerling slager heb ik deze opmerking meermaals moeten horen van mijn baas, die toevallig of niet ook nog de achternaam Baas had.

Tijdens het sollicitatiegesprek had meneer Baas gevraagd wat ik allemaal kon; ik kan alles een beetje, was het antwoord. Dat antwoord beviel hem en ik werd aangenomen. 

Meneer Baas stond in de winkel en hield in de gaten wat er in de werkplaats gebeurde. Wij stonden in de werkplaats,  op een rijtje aan de werkbank, twee slagers en ik daar tussenin.

Rechts aan de bank stond Rinus, op het randje van de tafel zijn shaggie. Links aan de tafel de slager die wij “De Ouwe Spakman” noemden, altijd een sigaar tussen de lippen. Midden in stond ik, de leerling slager.

Ik heb veel geleerd in dat bedrijf: shag roken, sigaar roken en van de baas leerde ik dat pijp roken en  Franse cognac de geneugten van het leven waren.

Het vlees was duur en alles wat op de grond viel werd opgeraapt en zo nodig onder de kraan afgespoeld. Als je het niet opraapte hoorde je de bekende uitspraak: een koe heeft er drie keer voor moeten bukken en jij maar een keer.

Ik heb daar als leerling slager veel geleerd en wat heb ik de afgelopen veertig jaar veel afgeleerd en nog veel meer bijgeleerd.

Het begrip hygiene heeft een veel bredere invulling gekregen, voedselveiligheid is nu prioriteit nummer 1.  Maar net als al die andere slagers ben ik niet afgeleerd om van vlees en het ambacht te blijven houden. Trots op ons ambacht en trots op al de slagers die zoveel geleerd hebben over voedsel en product veiligheid.

De slagers van Nederland zijn een beroepsgroep die is blijven doorleren en een eeuwenoud ambacht hebben laten evalueren tot wat het nu is. Daar mogen we trots op zijn.

Oh ja, dat roken ben ik al aardig afgeleerd maar dat glas cognac………..