Werkgevers

 Ik word wakker van de beltoon van mijn Iphone. Het beeldscherm geeft aan  6:10 uur.

Goede morgen met Hans, ik bel je toch niet wakker he?

Ik jok als ik zeg dat ik al wakker was.

Heb je nog een slager voor vandaag?

Hans ik bel je over tien minuten terug.

Ik loop naar het toilet, dit heeft niets met Hans te maken, ik moet altijd als ik net wakker ben.

De blaas is geleegd ik sjok naar mijn kantoortje. Op mijn bureau ligt de planning. Wie is er beschikbaar? Ik bel een slager en krijg zijn vrouw aan de telefoon. Zijn vrouw of is het zijn vriendin? Ik weet het niet. Waarom nemen 's morgens vroeg vaak vrouwen de telefoon op en geen  mannen?

Nee, voor vandaag heeft hij al afspraken.

Wie is er nog meer beschikbaar. Nog twee vrouwen wakker gebeld maar dan is het toch raak. Ik bel Hans met de mededeling dat over 5 kwartier de slager op de stoep staat.

Weer een tevreden klant en ik begin de dag met een lach.