Werkgevers

Kom geef iedereen is netjes een handje. Als kind kreeg ik dat te horen als we op verjaardagsvisite gingen bij een oom of tante. De meesten waren voor mij totaal onbekenden.

De familie van mijn vader komt van Piershil. In de jaren 60 nog een streng gelovig gehucht in de Hoeksche Waard. De zus van mijn vader liep dan ook geheel in het zwart. Als jochie van 4 stelde ik dan ook een voor mij totaal onschuldige vraag: gaat er bij jullie iedere dag iemand dood? Voor het antwoord kwam zette mijn  moeder mij in de andere hoek van de kamer.

De jaren daarop heb ik geleerd om handjes te geven zonder vragen te stellen. Keurig netjes, armpje gestrekt dag mevrouw, dag meneer.

Als tiener ga je verschil maken, je vrienden begroet je met hoi, hai of hallo. Niet te persoonlijk en geen fysiek contact.

Je wordt ouder en je leert de mores van de maatschappij. Door je werk ontmoet je mensen en het handjes schudden wordt formeel. Goede middag, hoe gaat het met u, en de zaken? Vervolgens 3 minuten bla bla bla en roept dat je nog een bekende ziet die je even moet spreken.

Door de jaren heen ga je vrienden een hug geven; in het Nederlands zeg je gewoon een knuffel. Even elkaar tegen de borst drukken. Even laten voelen dat je vrienden bent.

Anno 2020 geven we een elleboogje. Geen contact, geen gevoel maar die blik in de ogen zegt vaak genoeg. Maar ja, we ontmoeten elkaar vrijwel niet meer.

Als al die corona ellende achter de rug is dan moeten we het weer leren. Jammer dat mijn moeder niet meer in de buurt is om te zeggen: kom geef iedereen is een handje en geef tante Anna een zoentje.