Werkgevers

Ik was 18 jaar jong, eigenwijs  vol branie en ook nog leerling slager. Ik werkte 5 dagen in de week bij Topslagerij Baas en 1 dag in de week cursus op de slagersvakschool in Rotterdam later in Utrecht.

Het ambacht dacht ik te kennen, en al zeg ik het zelf, mijn algemene kennis was zeer behoorlijk. Maar dat eigenwijze heeft me nog behoorlijk dwars gezeten richting mijn schoonmoedertje die inmiddels 88 jaar oud is.

Mijn vrouw Els, toen nog mijn verkering, ging wekelijks naar Edelslager Blijleven in Barendrecht. De Edelsagers organistatie heeft de tijd niet doorstaan maar de slogan ken ik nog steeds uit mijn hoofd; Het fijnste vlees bij uw Edelslager, ruime sortering en topkwaliteit, waar het gehakt zo lekker is.

Bij slager Blijleven kocht ze altijd een pond runderlappen van de dikke lende, tenminste dat dacht ze. Natuurlijk zag ik direct dat het geen runderlappen van de dikke lende waren, en dat vertelde ik mijn schoonmoeder luid en duidelijk. Volgende week neem ik echte dikke lende voor u mee, dan proef je het verschil wel. Zo gezegd zo gedaan. Vol trots liet ik het vlees zien, mooie lappen kort van draad, botermals. Erik Hoogink

Mijn schoonmoeder ging op de voor haar gebruikelijke manier aan de slag: aanbraden flinke plons water erbij en dan 3 ½ uur sudderen. Op zondag kwam de pan op tafel, vader sneed het vlees en ieder kreeg zijn deel.

Wat een deceptie

Mijn schoonvader was niet blij, mijn schoonmoeder was niet blij en mijn verkering was dus ook niet blij. Het vlees was door het lange sudderen kurkdroog geworden. Zo eigenwijs als ik was wist ik natuurlijk te vertellen dat het aan een verkeerde bereiding lag.

Nee, ik was de schuldige. Mijn schoonmoeder kocht al jaren haar vlees bij slager Blijleven. Hij wist precies wat zij bedoelde met lendelappen. Hij verkocht het vlees wat mijn schoonvader heerlijk vond. Mijn schoonmoeder betaalde graag de prijs voor het vlees wat zij goed kon bereiden. Haar slager bezorgde haar een zorgeloze zondag.

En ik? Ik verstierde de loyaliteit van mijn schoonmoeder aan haar slager.

Moraal van het verhaal is dat je goed moet blijven kijken en luisteren wat iedereen wil. De klant vraagt weleens het verkeerde maar bedoelt het goede. Was mijn schoonmoeder benadeeld, is haar iets tekort gedaan? Nee, wat ze kocht was hetgeen zij kon bereiden en wat het gezin lekker vond. Slager Blijleven kende de behoefte van zijn klant mijn schoonmoeder. Iedereen was tevreden tot ik mij ermee bemoeide.

Deze week belde de directeur van een grote slagerij mij op met de mededeling dat hij de tarieven te duur vindt.  Hij wil geen toeslagen betalen voor overwerk en inconveniënten. Hij ging daarbij totaal voorbij aan het feit dat zijn productiemanager ons nodig heeft om het grote aantal ad-hoc aanvragen in te vullen. Uiteindelijk heeft het verstand het gewonnen van de opportunistische portemonnee. Ook in een zakelijke relatie moet men goed kijken en luisteren, zodat in de echte behoeften voorzien kan worden .

Erik Hoogink